Column Jacques Giesen: Vrede
Vrede
“Jacques, waarom schrijf je niets over het conflict in Israël in je column?” zei ze tegen me. Daar had ik geen passend antwoord op. Dat moest dan maar gebeuren temeer ook dat ik haar ken als een bijzonder aardig, geëngageerd mens zonder doordrammerig te zijn. Ze vervolgde met de opmerking: "Ik vind het interessant jouw mening te vernemen'. Het strelen van mijn ijdelheid gaf mij helemaal geen gelegenheid te ontsnappen aan een antwoord. Ik vatte mijn mening daarom beknopt samen. Volgens velen zijn mijn antwoorden namelijk altijd veel te lang.
Naar mijn mening is Hamas een vreselijke terroristische organisatie en dient bestreden te worden. De Palestijnen hebben recht op een eigen woongebied als
staat en Israël heeft gezien haar ellendige geschiedenis recht op een veilige plaats in dezelfde streek. 'Zo, daar ben ik vanaf', dacht ik. Zij ,mijn aardige bekende, kwam echt snel met een reactie met als belangrijke tegenwerping dat Hamas terroristisch is geworden vanwege het feit dat Israël geen ruimte gaf aan het streven om de Palestijnen ook een veilige plaats te geven en dus tot geweld
moesten overgaan.
Ik gaf toe dat daar een kern van waarheid in zat en hield even mijn mond waarop zij de gelegenheid te baat nam mij ook in te peperen dat je daarom niet de Palestijnse bevolking moest uitroeien met een allesvernietigende oorlog. Ik mompelde toen wel dat die wrede Hamas aanval op een vredig festival niet te tolereren zou zijn. Ietwat met stemverheffing en met een lichtelijke irritatie wees zij mij op het historisch gegeven dat vooral Israël de twee statenoplossing had
gedwarsboomd. Ik wist niet zeker of dat echt waar was en zweeg met een milde glimlach in de hoop daarmee het gesprek te kunnen beëindigen. Dat lukte echter niet. Ik hoorde een pittige, dringende toon in haar stem, terwijl zij stellig verkondigde dat Israël totaal fout zat en zij niet begreep dat ik daar nog een genuanceerde draai aan kon geven door het gelijk uit te strijken over alle partijen.
Aangezien ik met deze rechtse directe mij niet wilde overgeven probeerde ik mij te redden met: 'het is bijna Kerstmis en de vrede op aarde kan niet met radicale ideeën gerealiseerd worden'. Daarop raakte zij volgens mij in een lichtelijke staat van woede. Met stemverheffing en ietwat fonkelende ogen bitste zij in mijn gezicht: 'Al die columnisten met hun genuanceerde meningen hangen mij de keel uit en jij bent er ook zo een!' Lamgeslagen door dit lesje in de spiegel van mijn verloren radicaliteit die ik bij het ouder worden in mildheid had laten veranderen, zweeg ik getergd. Ik zag haar even niet meer als het aardige mens zoals ik haar kende.
Moest ik overhellen naar pal achter de Palestijnen gaan staan? Ik wilde deze
sympathieke vrouw ook niet verliezen. Weifelend zei ik dat twijfel ook een goede karaktertrek kon zijn. Terwijl zij strak boos bleef kijken, gaf zij mij een stevige hand en zei: 'Kerstmis vraagt om vrede, laten wij dus in ieder geval geen ruzie maken.' Vervolgens marcheerde ze zonder naar links of rechts te kijken krachtig de straat over.
Verdwaasd en ietwat verloren begreep ik dat de komende Kerstmis mij gered had. Het feest blijft betekenis houden. Op naar het licht in de kribbe.
Jacques Giesen



